← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 6 — XIII.

Reading edition

Maar in de Dajaklanden op rust rekenen, is veelal de rekening buiten den waard maken. De eerste uren gingen wel is waar zonder stoornis voorbij; maar nauwelijks had de „takakak”6 zijn ochtendgeschreeuw doen hooren en kon het diensvolgens drie uur in den morgenstond zijn, toen de jeugdige Andong iets meende te hooren aan de boschzijde. Als een bronzen standbeeld vatte hij post, luisterde, ja luisterde scherp toe. Daarop wenkte hij zijn makkers, evenwel zonder gedruisch te maken. Allen spitsten de ooren, al hunne zintuigen waren in de gehoorzenuwen overgegaan en jawel, er werd een beweging vernomen als van zacht schuifelende lichamen, die zich met de meeste voorzichtigheid een doortocht trachtten te banen door de beschermende borstwering van afgekapte takken en struiken, die ook hier aangelegd was. Gelukkig was de stormwind gaan liggen, anders ware dat zachte gedruisch niet waarneembaar geweest. In de grootste stilte werden de slapenden gewekt en de gevechtsdispositiën genomen. De Europeanen sloten zich bij elkander aan en hielden de vuurwapenen onder hun bereik. Bij de volslagen duisternis, die er heerschte, schenen die evenwel van weinig nut en daarom hadden zij dan ook als Dajaks, die zij voorstellen moesten, ieder een flinken mandauw ter hand genomen en beloofden zij zich er lustig mee rond te hakken, hoewel La Cueille, terwijl hij zijn wapen trillend omhoog stak, zuchtend het schietgebed prevelde:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings