Note 3 — XIII.
Reading edition
Het vervoer der boschproducten geschiedt van uit de binnenlanden van het zoo waterrijke Borneo bijna niet anders. Onze avonturiers hadden nu ruimschoots gelegenheid om de samenstelling van zoo’n vlot of „lanting”, zooals de inlanders het noemen, op te merken. Het gevaarte, dat zij onder de oogen hadden, bestond uit een tweehonderdtal boomstammen van uitmuntend timmerhout, die met zware rottankabels goed aan elkander verbonden waren. Over die boomen was een vloer van „niboeng”3 latten aangebracht. In het midden van het vlot was een vrij ruime hut getimmerd, terwijl aan weerszijde daarvan de producten behoorlijk onder dak opgestapeld waren. Zoo waren daarop aanwezig ruim vier duizend bossen rottan, een paar duizend „gantangs”4 „njating” (hars) een honderd pikols bijenwas, een twintig pikols „ngiatoe” (getah-pertjah) en een klein partijtje vogelnestjes. De beide laatste koopwaren had Bapa Andong van eenige handelaren der bovenlanden tegen bijenwas, bij welks vergaring hij bijzonder gelukkig geweest was, ingeruild. De overige producten waren het resultaat van eigen arbeid. De rottan was in de omliggende soengei’s gesneden. De hars was gedeeltelijk aan de boomen zelven gewonnen, gedeeltelijk langs de oevers der rivier ingezameld. Ter bekoming van de edelste soorten van dit product, maakt de Dajak inkervingen in de hem bekende harsachtige boomen en ziet na weinige dagen zijne moeite rijkelijk beloond. De overige soorten heeft hij slechts langs de boorden der rivier, op de zandbanken en landtongen op te rapen. De hars namelijk druipt in sommige tijden van het jaar van de boomen, valt op den grond en neemt aldaar aarddeelen en andere onreinheden op. Bij den eersten den besten watervloed wordt zij medegesleept. Door de onreinheden is zij specifiek iets zwaarder dan het water, zoodat zij wel drijvende, doch ietwat beneden de oppervlakte, den stroomdraad volgt. Brengt nu de wind de breede stroomen van Borneo in beweging, dan wordt die hars door den golfslag op de oevers geworpen of door den stroom op de uitstekende hoeken of zandbanken afgezet. Het gebeurt ook niet zelden, dat op die zandbanken of op de eilanden in die stroomen, in een woord overal in alluvialen grond, weinige voeten onder de oppervlakte des bodems, harsbeddingen van soms meer dan honderd M2. oppervlakte, bij een dikte van 2 c.M. tot 3 d.M. aangetroffen worden.