← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 2 — XIII.

Reading edition

Bapa Andong verzocht Johannes, die, zooals wij weten, als handelaar aan het hoofd der expeditie stond, hulp te verleenen om het vlot naar Danau Ampang te brengen. Hij had daar nog een menigte boschproducten opgeschuurd; met de overgebleven pandelingen was het evenwel onmogelijk het vlot, tegen den stroom derwaarts te voeren. Wel werd er besproken, dien moeitevollen arbeid niet te ondernemen, en die producten met de prauw onzer avonturiers te gaan halen, maar de nabijheid der Poenans deed hen van het plan om zoo hunne krachten te splitsen, afzien. De tien mannen, die nu op het vlot bij elkander waren, konden zich vereenigd zeer sterk noemen; verdeeld, zouden zij afzonderlijk aangevallen en vernietigd kunnen worden. In de Danau (het meer) was Andong2 de zoon des eigenaars met nog een zestal pandelingen, omtrent wier lot na het gebeurde de vader zich thans ongerust maakte. Er werd overeengekomen, dat onze reizigers het vlot in het meer zouden helpen brengen, dat zij de behulpzame hand zouden bieden om de aldaar opgestapelde producten te laden, dat zij vervolgens het vlot weer in den Kapoeas-stroom zouden brengen, waarna hunne hulp overbodig werd, daar Bapa Andong van meening was, alsdan nog voor het invallen van den nacht den kampong Pendek-katiempoen te kunnen bereiken. Aldaar had hij tal van verwanten en vrienden en zouden de Poenans zich daar wel niet wagen. Voor die hulp werd toegezegd, werd bepaald, dat bij het scheiden, twee pandelingen op de prauw onzer avonturiers zouden overgaan. Deze zouden te kotta Baroe of te kotta Djangkan, in een woord bij de eerste voorkomende gelegenheid vervangen worden, waarna zij wel gelegenheid zouden vinden met den een of anderen handelaar naar hunne haardsteden terug te keeren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings