← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 4 — XI.

Reading edition

Maar behalve zijn dienstijver had Damboeng Papoendeh nog een ander motief om den dokter niet ten gevalle te zijn. Ons jeugdig Dajaksch hoofd had eens het oog geslagen op de dochter van een Nagaraasch handelaar, die haren vader op zijne omzwervingen vergezelde. Met geld is op Borneo veel te verkrijgen, en zoo had hij den koopman al ras ingepalmd en was de koop gesloten, die de gunsten der dochter golden. Maar deze, een fiere Mahomedaansche maagd, zag met verachting op haren heidenschen aanbidder neder en was door geen liefdesgekweel te verlokken. Welke gelegenheden de Maleier den verliefden en al stouter wordenden Dajak ook schonk, het hielp niets, het meisje hield hem op een afstand en wist steeds aan zijne omhelzingen te ontkomen. Ten einde raad had de smoorlijk verliefde zich tot den dokter gewend. Hij had zoo veel gehoord van de voortreffelijkheid der Europeesche medicijnen, hij twijfelde er niet aan of de Heer dokter zou hem wel helpen. Toen onze aesculaap eindelijk begreep, wat van hem verlangd werd, voelde hij zich eerst verontwaardigd; maar spoedig besefte hij, dat al zijn redeneeringen om het ongepaste van dat verzoek te doen uitkomen doelloos zouden zijn, omdat zij niet begrepen zouden worden. Hij gaf dan ook die poging op, maar stelde den verliefde een fleschje met oleum Ricini ter hand, met aanbeveling, dat beide partijen de helft er van moesten drinken. Zoo gezegd, zoo gedaan. Door bemiddeling van den vader dronk het meisje hare portie; ook Damboeng dronk vol vertrouwen en ik laat het aan de verbeelding der lezers over, zich het tooneel voor den geest te halen, welke de gevolgen van dat middel waren. De les had doel getroffen, nimmer heeft later eenige Dajak des dokters bijstand weer verzocht bij zijne liefdesgeschiedenissen.4

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings