← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 2 — XI.

Reading edition

Maar achterna jagen en inhalen zijn volstrekt geen synoniemen; dat zou onze kommandant al ras ondervinden. Gedurende den geheelen dag bleef de gejaagd wordende prauw haren afstand bewaren. Soms scheen zij veld te verliezen, maar wanneer men aan boord der kruisbooten reeds meende de kanonstukken in de richting te kunnen brengen, dan hernam zij weer vaart en bleek het, dat hare roeiers slechts een wijl rust genoten hadden. Tegen den avond begon de zuidoost-mousson te verzwakken en te kenteren. Het gewone verschijnsel van het intreden van den landwind in die streken deed zich voor. Van zuidoost liep de wind door het oosten naar het noorden en voerde toen een dikke wolkenmassa aan, die het zwerk allerwege bedekte en bij het invallen van den nacht den gezichtskring zeer beperkte. De beide kruisbooten voerden de voorschriftmatige lichten en om botsing te voorkomen, was ook ieder vaartuig der Dajaksche flotille van een lampje voorzien. Het was wezenlijk een illuminatie op zee. Maar aan boord van het vervolgd wordende vaartuig liet men heel verstandig geen licht zien. Het gevolg daarvan was, dat men in den blinde den koers westzuidwest vervolgde en men bij het aanbreken van den dag de prauw vooruit niet meer, maar wel nog in het zuiden bij den gezichteinder een zwarte stip ontwaarde. Eenvoudig was de prauw in den stikdonkeren nacht van koers veranderd en had om de zuid gehouden, om met het doorkomen van den zuidoosten wind niet door Tandjoeng Salatan2 gedekt te zijn en dadelijk voor den wind te kunnen houden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings