Note 4 — X.
Reading edition
Toen de „Penganen” afgemaakt was, vertelden de vrouwen van den kampong, dat hunne mannen allen afwezig waren, om „njating” (hars) te zamelen en dat den vorigen nacht een oude vrouw, die naast haren nog ouderen echtgenoot, te slapen lag, plotseling was wakker geworden met een gevoel van drukking op de maagstreek. Zij had daarop de handen in het donker uitgestoken, om te betasten, wat dat was, maar had toen een kilkoud voorwerp gevoeld, dat haar op het lichaam drukte en onder haren greep zich kromde. Daarop was zij onder een vreeselijk gegil opgevlogen en had om hulp geschreeuwd. De haastig toegeschoten huisgenooten hadden bij het schijnsel van een gebrekkig lampje, niets anders ontwaard dan een zwarte gedaante, die over den grond voortschoof en in het duister verdween. Toen men evenwel in het vertrek trad, waarin het oudje geslapen had, vond men haren echtgenoot dood en had deze een wond onder de korte ribben, waarin een menschenhoofd geborgen kon worden. Het raadsel was nu snel opgelost. De kampong had een bezoek gehad van een „Penganen”, iets dat in die moerasstreken nu wel niet dagelijks geschiedt, maar toch niet tot de ongebeurlijkheden kan gerekend worden4. De vrouwtjes, verstoken van de hulp en de raadgevingen van het sterkere geslacht, waren op de gedachte gekomen, een haak uit te zetten, waaraan zij een levenden aap gebonden hadden en hun pogen had tot gevolg, dat de boa reeds den volgenden nacht aan den haak vastzat. Hij was den vorigen nacht in zijn maaltijd gestoord en scheen honger gehad te hebben.