← Table of contents
Borneo van Zuid naar Noord

Note 1 — X.

Reading edition

Johannes was reeds met zijne naakte voeten op den kop van het ondier gesprongen en maakte zich gereed zijn prooi te muilbanden, toen de Dajaks hem toeriepen, voorzichtig te zijn, daar de priester hem nog niet gevolgd was. Driftig prevelde hij eenige woorden, waaronder een welgemeende hollandsche vloek klonk, die evenwel gelukkig door de omringenden niet verstaan werd. Toen evenwel La Cueille, al zijn moed bij elkaar rapende, hem volgen wilde en met zijn sandalen de glibberige huid des kaaimans betrad, gleed hij uit en viel schrijlings op het lijf van het ondier, in zijn geestelijk gewaad zoo bespottelijk verwikkeld en met zulk een koddig gelaat, dat de Dajaks, toch al een volkje, welks lachspieren spoedig in beweging zijn, in een daverend „soerak” (gejuich)1 uitbarstten en hun lachen niet konden bedwingen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings