Note 1 — X.
Reading edition
Wanneer de Dajaks juichen, begint een hunner te gillen met een langgerekt: leeeh lèlèlèlèlèlèlè, waarop al de vergaderden met den gil: „ōōōh oeiiit” antwoorden. In gewone omstandigheden heet dit juichen „soerak”; bij oorlog, koppensnellerstochten, menschenoffers enz. wordt het „lahap”, genoemd. ↑