Note 2 — Borneo van Zuid Naar Noord.
Reading edition
Op bladz. 53, 1ste Dl., vinden wij gewag gemaakt van „de verfoeielijke kunstgrepen, die gedurende den Java-oorlog van 1825–1830 gebezigd waren, om dajaksche soldaten in nederlandsche gelederen te verkrijgen tot bekamping van den Javaan. In 1863 waren die kunstgrepen nog niet vergeten enz.” ’t Is sterk! Maar als men, gelijk Schr. dezes, zelf een geschiedenis van den Oorlog op Java heeft geschreven, en als men daarbij, onder meer, ter zijner beschikking heeft gehad het geheele archief van den nederlandschen Opperbevelhebber in dien oorlog, dan heeft men eenig recht te beweren zoo goed als iemand ingelicht te zijn, aangaande de verschillende pogingen in het werk gesteld ter aanvulling en versterking van de krijgsmacht, in dien tijd tegen de opstandelingen aangevoerd. Wij weten dan ook en hebben melding gemaakt van welgeslaagde wervingen te Menado, Gorontale, Boeton, Tidor en Ternate, zelfs van niet geslaagde zooals te Bali,2 maar wij verklaren van al dan niet geslaagde wervingen onder de Dajaks, niets te weten.