Note 4 — De rechte Jozef.
Reading edition
Na den noodlottigen slag, aan Jozef toegebracht, maakte Janboers woede spoedig voor een angstige bezorgdheid aangaande des jonkmans toestand plaats. Zonder zich in de eerste verwarring meer om zijn dochter te bekommeren, droeg hij Jozef de woning binnen, en gelastte der verschrikte moeder Trijntje, om de wond aan ’t achterheufd met êk4 en woater te wasschen. Jenneke stond te kieken asof ze versteind was. Janboer sprak haar geen woord toe, en liep, toen Jozef in ’t bed op ’t kelderkamerke was geleid, zoo hard as ie kon noar den dokter. Toen deze was aangekomen—Janboer had niet op den dokter gewacht, maar in vreeselijke onrust terstond den terugtocht aangenomen,—vroeg deze natuurlijk in de eerste plaats, na den patiënt te hebben onderzocht, hoe de wonde ontstaan was.—En Janboer begon: