Note 12 — De oude Wessels en zijn gezin.
Reading edition
“En dát—en dát—en dát kan ik geven!” riep Doortje, terwijl zij met het uiteinde der lange beurs, waarin verscheidene rijksdaalders waren, den ondeugenden knaap eenige flinke slagen in het aangezicht toebracht. “Dat kan ik gêven! Der—12 der—der—!” ging zij voort, terwijl de ombeursde rijksdaalders telkens met de tronie van den jonker in onzachte aanraking kwamen.