Note 8 — INLEIDING.
Reading edition
Eisinga heeft de goedheid gehad, mij deze verhandeling, over de honderd bladzijden in folio beslaande, ter leen te geven. De heer Du Vaucel, een Fransch sterrekundige, leerling van den vermaarden La Lande, heeft alleen die zon-eklipsen, welke tot aan het jaar 1900 te Parijs zigtbaar zullen zijn, berekend en afgeteekend. De akademie van Parijs heeft deze verhandeling met zeer veel graagte ontvangen, en in het vijfde deel der Mémoires présentés à l’Académie laten drukken. De heer De Fouchy, secretaris dier akademie, merkte bij deze gelegenheid te regt aan, dat dit werk van veel belang is, en dat men den heer Du Vaucel, die de moeite en zorg, om het algemeen de vruchten van dezen arbeid bij voorraad te doen genieten, op zich genomen heeft, veel te danken heeft. Maar is deze lofspraak niet met even veel, ja met meer regt op Eisinga toepasselijk, wegens het verschil van de omstandigheden der beide personen, van hun beroep en van het onderwijs, dat zij ontvangen hebben? Eisinga heeft deze verhandeling in het achttiende jaar zijns ouderdoms opgesteld. ↑