Note 1 — INHOUD.
Reading edition
Zoo dikwijls er sprake was van verdienstelijke mannen, die, wars van praalzucht, in stille nederigheid wegschuilen, pleeg de hoogbejaarde Professor Van Swinden zijnen vrienden dikwijls te verhalen, dat hij, omstreeks 40 jaren te voren, Hoogleeraar zijnde te Franeker, vernomen hebbende, dat er bij een burgerman aldaar een aardig werktuigje was te zien,—in eene soort van verrukking viel, toen hij daar op eens een volledig en gangbaar Planetarium voor zich zag, waarvan Europa de weergade niet toonen kon;—een kunststuk, door een eenvoudig wolkammer in de snipperuren van zes jaren geheel in zijne eenigheid voltooid, zonder dat hij of zijn collega Ypeij, als Hoogleeraren in de Natuur-, Wis- en Sterrekunde, of iemand der andere Professoren, die in deze kleine Akademiestad slechts eenige schreden verder woonden, iets van ’t werk geweten hadden, veel minder geraadpleegd waren1.