Note 15 — INLEIDING. (continued 2)
Lion Simons translation
Müllenhoff veronderstelt te recht, dat het de beenderen van eenen walvisch of iets dergelijks moeten geweest zijn.
In de ontdekking van zulke versteende overblijfselen ziet Kurth de verklaring van het zoozeer verbreide volksgeloof aan het vroegere reuzendom.
Ik herinner mij iets overeenkomstigs in de Origines Antwerpianae van Goropius Becanus gelezen te hebben, als hij degenen wederlegt, die den naam van Antwerpen uit Handwerpen verklaren en zich beroepen op de aldaar bewaarde reusachtige beenderen, welke de hand van den reus zouden zijn.
Becanus, die als natuurkundige zich minder met hersenschimmen paaide dan als taalkundige, beweert, dat het de voet van een olifant is en bewijst het door het versteende geraamte van zulk dier (mammouth?) te beschrijven, dat men in zijnen tijd bij het aanleggen van het kanaal van Willebroek opgedolven had.
Génard in zijn prachtwerk Anvers à travers les âges spreekt integendeel van walvischbeenderen. ↑