Editorial note — VII.
Lion Simons translation
°373 Ecgtheow was uitgeweken wegens doodslag aan Headolaf, een Wulfing, gepleegd en «had Beowulf meegenomen». Cosijn.
Beowulf moet op het oogenblik, dat deze gebeurtenissen plaats grijpen, een goede vijftig jaar oud zijn. Immers toen Ecgtheow uitweek, had Hrodgar, welke thans 50 jaar koning is (v. 1806), juist den troon beklommen. Vgl. v. 469 vlg. ↑
° 377 vriend: Hrodgar. ↑
° 378 Waarschijnlijk wegens de beslechting van de veete met de Wulfings. ’t Is natuurlijk, dat bij die gelegenheid de Gootische schippers van hunnen landgenoot Beowulf gewaagden. Cosijn. ↑
° 382 Wester-Denen: Denen. ↑
° 392 Oost-Denen: Denen. ↑
° 399 De sterke: Beowulf. ↑
° 401 heergetuig: de schilden en lansen, welke welstaanshalve buiten moesten blijven. ↑
° 402 de wapenstoute: Wulfgar. ↑
° 416 Vgl. v. 206. ↑
° 423 Nergens in het gedicht wordt nader melding gemaakt van Beowulfs kamp met de reuzen; het verslaan der Nikkers schijnt niet te zien op v. 585. ↑
° 429 reus: Grendel wordt als een reus voorgesteld. Vgl. v. 1370 vlg. ↑
° 435–36 Hij draagt geen wapen en vreest voor geen wapen. ↑
° 442b–43 Christelijke wereldbeschouwing. ↑
° 448 Gij hoeft niet de wacht bij mijn lijk te houden. Zoo wordt later ook gezegd van Wiglaf, dat hij waakt bij het lijk van Beowulf en den draak. In den tekst staat niet lijk, maar hoofd. ↑
°454 Daar Grendel, in de veronderstelling dat hij overwinnaar blijft, Beowulf zal verslinden, kan er geen sprake wezen van het lijk af te leggen: De neusgaten werden gesloten, daarna werd de doode gewasschen en gekleed.
De tekst heeft niet lijktooi maar lichaam. ↑
°458 Weland: Wieland in de Duitsche sage, Volundr in de Volundarkvitha der Edda.
De sage van den kreupelen Weland, den Germaanschen Hephaistos, is, volgens Symons, in Nederduitschland ontstaan. Het is een mythisch wezen en vertegenwoordigt bij uitstek den schranderen dwerg, die de onderaardsche schatten aan zijne kunst dienstbaar maakt.
In de Edda wordt de sage volgenderwijze verhaald:
Nithothr, koning der Niaren, neemt den vindingrijken smid Volundr gevangen en laat hem op een eiland zijne kunst uitoefenen, na hem de kniepees doorgesneden te hebben. Volundr koelt zijne wraak door ’s konings zonen te dooden en dezes dochter te verkrachten.
Van de bekkeneelen der knapen had hij drinkschalen voor den koning vervaardigd, van de oogen edelsteenen voor de koningin en van de tanden borstspelden voor de koningsdochter.
Degenen die hierover meer wenschen te vernemen, verwijs ik naar het opstel van J. Kleyntjens «Een Eddalied vertaald en opgehelderd,» voor zoover als ik weet de eenige studie, welke in Vlaamsch België over de Oudnoordsche letteren verschenen is.
L’Enseignement des Langues Modernes. Jaargang 1894–95. ↑
° 459 Het noodlot is onwankelbaar. ↑