← Table of contents
Beówulf

Editorial note — V.

Lion Simons translation

°285–87 Indien het ongeluk niet ophoudt, dan zal hij steeds in ’t ongeluk zijn!

Nuchtere opmerking van interpolator La Palice.

Müllenhoff schrapt 282b–284. ↑

° 296 De vaartuigen werden, evenals onze visschersschuiten, op het zand getrokken. Vgl. v. 1943, 1960–61. ↑

°305 Wangstuk: dat gedeelte van den helm dat de wangen beschut. Het everzwijn was het aan Freyr gewijde dier. Formas aprorum gestant. Tacitus, Germ. 45.

Eene op Oeland in Zweden gevonden bronzen schijf stelt twee krijgers voor, die boven op hunnen helm een everbeeld hebben. ↑

°308 Sarrazin geeft de volgende plaatsbeschrijving van Lerje en omstreken:

De afstand van de zeehaven Roeskilde naar Lerje bedraagt ongeveer 5/4 uur gaans. De weg is eerst vlak, stijgt dan ongemerkt, totdat hij halverwege het hoogste punt bereikt om daarna te dalen; zoodat men in de verte rechts het dorp Lerje en links het slot Ledreborg ziet, dat zich op eene hoogte verheft, ter plaatse waar, volgens de overlevering, zich de oude burcht bevond. Sporen van de oude geplaveide baan zouden vroeger nog te zien zijn geweest.

In overeenstemming hiermede bevindt zich Hrodgars burcht met de belendende koningszaal Heorot op eenigen afstand van de zee, welke in betrekkelijk korten tijd te voet kan afgelegd worden. De kustwachter doet aan de Gooten uitgeleide (300), totdat het hoogste punt bereikt is, vanwaar Heorots transen zichtbaar zijn (310, 313); hier neemt hij van hen afscheid (314), terwijl zij vervolgens afdalen (309) en langs den steenweg (321) Hrodgars verblijf bereiken. ↑

° 312 De machtige: Hrodgar. ↑

Return to V.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings