Editorial note — XLII.
Lion Simons translation
° 3168: de hooggeroemde heerschers: Vlg. v. 2289. ↑
° 3174 Aan hem: aan den draak. ↑
° 3175 hem had de wachter: de wachter of draak had hem alleen nl. Beowulf eerst gedood. De zin is: de vloek werd bewaarheid; de draak had Beowulf gedood, maar hij zelf liet er ook het leven. ↑
° 3177b—81 ’t Is soms verwonderlijk, waar, op welke plaats een held moet sterven: men kan niet vooruit weten, waar men sterven zal. ↑
° 3146–85 Het springt in ’t oog, dat dit een inlapsel is. Müllenhoff merkt te recht aan, dat deze verzen de lamlendigste van het gansche gedicht zijn. ↑
° 3184–85 Volgens Ettmüller. Beowulf had den draak (goudbezitter) niet aangetast, om zijn goud machtig te worden, maar om het land te verlossen, want reeds vroeger zou hij volgaarne met den draak vriendschap gesloten hebben; dan was hij nu niet genoodzaakt geweest hem te bevechten. Volgens v. 2349 was het strijdgeding vernieuwd; hieruit kan men veronderstellen, dat de draak voorheen al verwoestingen had aangericht. Hiermede schijnt mij v. 3192–95 niet in tegenspraak. ↑
° 3188–89 Ziet dit op de straf der lafaards, ofwel op toekomstige verwikkelingen met Franken en Zweden? Dit laatste komt mij het aannemelijkst voor. ↑
° 3226: naar den goede: naar Beowulf. ↑
° 3232–33 Als de werpspies het spoor volgde van den pijl; als gestreden werd. ↑
° 3236 in ’t moordvertrek: in de onderaardsche schatkamer. ↑
° 3239 Niet lag aan ’t lot: De bestemming van den schat stond vast; hij moest met Beowulf ten deele verbrand en ten deele begraven worden; bijgevolg hoefde hij niet door het lot verdeeld te worden, zooals geschiedt bij eenen onbeheerden buit. ↑
°3242–44a Ik versta dit als volgt: niemand was droevig bij het zien van die schatten, welke zij zelven niet mochten bezitten.
Dit zou pleiten voor hunne verkleefdheid aan Beowulf, dien zij, niettegenstaande hij het anders verzocht had, alles wilden meegeven. ↑