← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XXXVIII.

Lion Simons translation

°2847 ter zitplaats nl. binnen in de schatkamer.

Wij geven hier eene korte beschrijving van de Scandinavische woning.

Zij vormde een langwerpig vierkant. Het dak werd door vier rijen stutten geschraagd. De twee buitenste rijen bevonden zich dicht langs de hoofdzijwanden, de twee overige meer naar binnen, op een derde der huisbreedte van de eerste verwijderd, zoodat het vertrek in een middenschip en twee zijschepen verdeeld was. In het middenvak bevond zich de open haard. (Vgl. v. 1544). De twee zijvakken waren geheel door eenen planken bodem, bankvloer, (Vgl. v. 491), ingenomen, die zich trapsgewijze, gewoonlijk met twee treden, langs den wand verhief en die tot zitplaats diende. Van deze twee bankvloeren was de eene, rechts van den ingang, de voornaamste.

Juist in het midden van elken bankvloer bevonden zich de twee eereplaatsen, waarvan de bovenste, naar blijkt uit ons gedicht, de voornaamste was, en die ruim genoeg waren voor verscheiden personen.

Hunferd, die aan de voeten van Hrodgar zat (v. 507), bevond zich dus op de onderste eereplaats.

De eerste eereplaats, die van den voornaamsten bankvloer, werd steeds door den huisheer ingenomen; de tweede op de tegenovergestelde zijde door den voornaamsten gast.

Beowulf was op deze laatste eereplaats gezeten bij zijn bezoek aan Hrodgar en aan Hygelac. (Vgl. v. 497, 634 vlg., 1207 vlg., 1820, 2063, 2027.)

De losse tafels, welke eigenlijk niets anders dan banken moeten geweest zijn, werden op den rand des bankvloers geplaatst.

Op dezen bankvloer sliepen de Gooten en Denen, nadat de tafels of banken naar den bodem in ’t middenvak der zaal waren verhuisd. (Vgl. v. 1260, 1303). ↑

° 2850 het leger: het goud. Ettmüller. ↑

° 2852 Ook (zag hij) kruiken staan. ↑

° 2856 Toespeling op den diefstal der kostbare vaas. ↑

° 2866 de krijger: Wiglaf. ↑

° 2871 den schatbeheerscher: den draak, de degen van Wiglaf. ↑

° 2877 de bode: Wiglaf. ↑

° 2878 door ’t goud genoopt: genoopt door ’t verlangen om het goud aan Beowulf te toonen. ↑

° 2896 hier: op aarde. ↑

° 2897 beveel den strijdberoemden: beveel aan de Gooten. ↑

° 2898 na de houtmijt: na de verbranding van Beowulfs lijk. ↑

° 2901 Hrones klip: de Walvischklip. Bugge ziet er eene louter dichterlijke benaming in. ↑

° 2905 de goudwrong: Buiten de ringen aan arm en vinger, was het ook de gewoonte eenen prachtigen gouden of zilveren halsband te dragen. ↑

° 2916 het heete strijdgegolf: van de vlammen. ↑

° 2917 Christelijke inlassching. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings