← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XXXII.

Lion Simons translation

° 2279–80a Vertaald naar Bugges gissing. ↑

° 2280 wien het zeer zou schaden: de dief, immers hij moet later zijns ondanks den weg naar het drakenhol toonen. Of hij eene andere straf onderging, wordt niet vermeld. ↑

° 2285–86a bij het zien van den slapenden draak. ↑

° 2287 op zoek naar eenen ingang: naar een toevluchtsoord. Vgl. v. 2283. ↑

° 2284–88 Vertaald naar Bugges verbetering van den geheel en al verminkten tekst. ↑

° 2297–98 Hij wenschte zijnen stervensdag uit te stellen, om nog lang de schatten te kunnen genieten. ↑

° 2308 ontvingen dit van u: het goud, dat uit den grond wordt opgedolven, hetzij uit mijnen, hetzij uit grafsteden. ↑

° 2311 ’t heil des hemels: Angs, sele-dreám; het kan ook beteekenen het zaalgejubel, en moet dan verstaan worden van de luidruchtige drinkgelagen. ↑

° 2324 gezellig hout: de harp. ↑

°2328 In de klacht van dezen eenzamen edelling vertoont zich reeds dat weemoedige waas, dat, als een herfstnevel, aan de Engelsche en Duitsche letteren die droomerige, hoogst dichterlijke tint bijzet.

Nochtans vraag ik me af, of de oude Engelschen zich door hunne weekheid van gemoed kenmerkten, zooals Heinzel, ten Brink en anderen beweren.

Wij zien dit wel is waar bij Hrodgar, doch hier zijn bijzondere redenen toe.

Mij dunkt, dat de levensopvatting eerder blijmoedig mag heeten; ten bewijze de lustige feestmalen en de omschrijvingen voor sterven, als de volgende:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings