← Table of contents
Beówulf

Editorial note — III.

Lion Simons translation

° 119 hij: Grendel. ↑

° 127 Van dit dertigtal verslond hij er vijftien en sleepte de overigen naar zijn hol. Vgl. v. 1614. ↑

° 129 met kampbuit: de vijftien overgeblevenen van v. 127. ↑

° 151 winters: jaren, volgens de Germaansche gewoonte van naar winters te tellen. ↑

° 160 met geld te zoenen: het weergeld, volgens de oude rechtspleging. ↑

° 161 glansrijker boete: door hem te dooden in den strijd. ↑

° 164 meerderen en mindren: de krijgsschaar bestond uit strijders van hoogeren en lageren rang, in den trant van de ridders en schildknapen der middeleeuwen. ↑

° 172 God belette hem den Deenschen troon te bestijgen; immers Grendel ging gebukt onder Zijnen vloek. Vgl. v. 725. Ook wenschte Grendel zulks niet. ↑

° 168–73 Inlassching. ↑

°179 Den Godentempels. Ags. hearg-träf. «Götterzelt, Tempel.»

De tempels werden in den regel op plaatsen gebouwd, die reeds op zich zelf als heilig golden, vooral in bosschen. Ags. hearh beteekent dus zoowel «heilig bosch» als «tempel».

Sarrazin besluit uit deze plaats, dat zich in de nabijheid van Hrodgars burcht een offerwoud bevond.

En inderdaad, op eenige minuten van Lerje ligt een beukenbosch, het Herthadal, vroeger ook het «heilig woud» geheeten, hetgeen volgens de oude overlevering en volgens de meening van Deensche oudheidkundigen eene heidensche offerplaats geweest is. In dit bosch bevindt zich het Herthameer, dat vroeger het «heilig meer» genoemd werd.

Als laatste bewijs haalt Sarrazin het oude getuigenis aan van Diethmar van Merseburg.

Is dus Lerje, blijkens het hier aangehaalde, reeds merkwaardig genoeg, het wint nog in belangrijkheid, dank aan het opstel van Much, «Goten und Ingvaeonen».

Het geheimzinnige meer aan de godin Hertha (Nerthus) gewijd, waarvan Tacitus Germ. 40 zulk aangrijpend tooneel ophangt, bevindt zich volgens hem niet op Rügen, maar op het vruchtbare Seeland en is juist het Herthameer in de nabijheid van Lerje.

Seeland was dus het Nerthuseiland en Lerje (het oude Hleithra of Lethra) het middelpunt van den Vaneneeredienst. ↑

° 181 wurggeest: duivel. ↑

° 183–191 Onechte plaats. De Denen naar de hel verwijzen enkel omdat zij heidenen waren, getuigt van eene bekrompen godsdienstige opvatting. Dat wij dit nochtans zoo nauw niet moeten nemen, zagen wij reeds in de Inleiding. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings