← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XXVIII.

Lion Simons translation

° 1935 der dappren stoet: de Gooten ↑

°1941–42 Hun terugkeer naar het land der Gooten zou den landgenooten aldaar welkom wezen.

De wensch des kustwachters (v. 299 vlg.) had zich dus bewaarheid. ↑

° 1946 den hoeder: Vgl. v. 294 vlg. ↑

° 1976 Hygd: Hygelacs gemalin, Häreds dochter. ↑

° 1981 Thrydho: gemalin van Offa en bekend om hare wreedheid. De zachte, vrouwelijke aard van Hygd wordt in het licht gesteld door tegenstelling met het fier, wildjonkvrouwelijk karakter van Thrydho, dat ons aan de noordsche Walkuren en aan Brunhilde herinnert. ↑

° 1986–90 Zij liet den vermetele in boeien klinken en daarna ter dood brengen. ↑

° 1993 de vredeweefster: zoo heet de koningsgade, welke dikwijls uitgehuwelijkt werd, om den vrede tusschen twee vijandelijke stammen te stichten. Men herinnere zich Hildburg en Fin en vergelijke vooral Freoware en Ingeld v. 2078 vlg. Over het algemeen hadden de noordsche volken zeer kalme en beredeneerde beschouwingen bij het sluiten van een huwelijk. ↑

°1595 Hemings bloedmaag: Offa, koning der oude Angelen.

Hij maakte een einde aan Thrydho’s wreedheid, door haar andere gevoelens in te boezemen, als volgt.

Deze Offa der sage, die in de vroegere verblijfplaats der Angelen heerschte, wordt ook in Widsidh vermeld. Volgens dit gedicht lag zijn rijk in Sleeswijk.

Ons epos heet zijne schoone echtgenoote Thrydho, dat kracht, zooveel als virago beteekent en nog in ons Geertruid, de speerkrachtige, voortleeft.

Verder wordt gezegd, dat zij eene hardvochtige vrouw was. Geen man, uitgenomen haren echtgenoot, mocht de oogen naar haar opslaan, of hij werd aanstonds geboeid en daarna gedood.

Nadat zij op raad van haren vader de zee was overgestoken en in Offa, den koning der Angelen, eenen waarden echtgenoot had gevonden, veranderde haar inborst en werd zij eene voortreffelijke koningin en liefhebbende gade.

Deze lezing is, volgens Müllenhoff, de oudste vorm der sage, terwijl in latere bewerkingen haar oorspronkelijk wild karakter weer bovenkomt.

Buiten dezen Offa der sage, is er ook een geschiedkundige Offa, koning van Mercië, gestorven in 796. Zijne echtgenoote heette Cynethrydh d. i. virago regia, en in het Vita Offae II Drida (Thrydho) of na haar huwelijk Quendrida d. i. koningin Drida.

In dit Vita Offae I en II uit de 13de eeuw werden, wegens de dubbele overeenkomst van naam, op deze laatste al de wreedheden van de gemalin des eersten Offa’s overgebracht; een bewijs dat de sage van Offa bij de Angelsaksen zeer verbreid was. Suchier toont aan, dat zij zich ook bij de Kelten en Romanen voortplantte.

Müllenhoff schrijft de heele Thrydho-Offaepisode aan den interpolator B toe. ↑

° 1996 zeiden zij iets anders: De krijgers, welke bij de drinkgelagen oude sagen plegen op te halen, verhaalden iets anders over de gehuwde Thrydho. ↑

° 1997 geringer gruwlen: in ’t geheel geene gruwelen. (litotes.) Cosijn. ↑

° 2000 Offa’s halle: in het oude Anglië. ↑

° 2005 den heldenvorst: Offa. ↑

° 2011–12 Deze drie eigennamen komen maar eens voor; het zijn helden van de Angelsaksische volksoverlevering. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings