Editorial note — XXVII.
Lion Simons translation
°1861 Ofschoon eene waarlijk vorstelijke gastvrijheid bij de Germanen heerschte, zoo was het nochtans minder welvoeglijk, indien men meer dan drie nachten op dezelfde plaats vertoefde.
Dit verklaart Beowulfs onmiddellijk vertrek, nadat hij zich van zijne taak gekweten heeft.
Den eersten nacht na zijne aankomst verslaat hij Grendel in Heorot; den tweeden nacht brengt hij door in een ander verblijf dan Heorot, hoogstwaarschijnlijk in den burcht, terwijl Grendels moeder in de troonzaal binnendringt; den derden dag doodt hij haar op den bodem van het meer, waarna hij alweer ongestoord mag slapen.
Den vierden dag heeft eindelijk het vertrek plaats, zoodat hij, de twee etmalen er bijgerekend, welke de heen- en terugreis vorderde, op den 6den dag na zijn vertrek bij Hygelac terugkomt. ↑
° 1869 de haatgezinden: Grendel en diens moeder. ↑
° 1875 wapenhout: de lans. ↑
°1880–81 Tacitus Germ. 14. plerique nobilium adulescentium petunt ultra eas nationes, quae tum bellum aliquod gerunt, quia et ingrata genti quies et facilius inter ancipitia clarescunt.
In plaats van thuis te blijven, zal Hredric dus beter doen, zoo hij, in den aard der schildknapen in de middeleeuwen, zich bij Hygelac in den wapenhandel komt bekwamen. Ook Beowulf had zijne jeugd doorgebracht bij Hredel. Zich roem in den vreemde verwerven, behoorde tot de opvoeding der Scandinavische jongelingen. ↑
° 1885 op die jonge jaren: Dat Beowulf niet meer piepjong was, blijkt uit v. 373 nota. Hrodgar heeft hem misschien zoo geheeten, omdat hij aan het verschil tusschen Beowulfs ouderdom en zijnen eigen hoogen leeftijd dacht. ↑
° 1889 den zoon van Hredel: Hygelac. ↑
° 1894–95 Wij zullen later zien, dat zulks zijn wensch niet was. ↑
° 1904 duikelaarsbad: de zee, het bad der duikereend. ↑
° 1901b–4 Gaudent praecipue finitimarum gentium donis. Tacitus Germ. 15. ↑
°1919 Hrodgar hoopte, dat Beowulf frisch en gezond zijn land zou bereiken, en daarna spoedig terugkeeren. Vgl. 1912–14.
Wat dit laatste betreft, koesterde hij nochtans slechts eene flauwe hoop. ↑
° 1920 bij de toespraak: in de volksvergadering. ↑
° 1924–25 in het geheim ↑
° 1926 ondanks het bloed: Ofschoon Beowulf niet tot zijne familie behoorde, beminde Hrodgar hem meer dan zijne eigen kinderen. ↑