Editorial note — XXV.
Lion Simons translation
° 1697 der woning wachters: Grendels moeder en, ofschoon het niet uitdrukkelijk gezegd wordt, eenige van de overige watermonsters (v. 1538), met inbegrip van het op den oever getrokken gedrocht. ↑
° 1711 het grijze wapenhoofd: Hrodgar, 3de naamval. ↑
° 1712b–14 Van latere hand, immers eenige regels verder (v. 1717 vlg.) wordt hetzelfde herhaald. ↑
° 1719 Schedeneiland: Schonen, het zuidelijkste deel van Zweden, aan Denemarken behoorend, doch in ons epos eene benaming voor het Deensche rijk in het algemeen. Socin. ↑
° 1721 voorkamps: kamp uit den voortijd. ↑
°1721–26 Ingeschoven toespeling op de giganten en op den zondvloed.
Onmiddellijk hierop wordt gezegd, dat de naam van den eersten bezitter op het zwaardgevest stond ingegrift.
Eene blijkbare tegenspraak. ↑
° 1728 runen: schrijfteekens der oude Germanen. Het runenschrift, waarin verscheidene opschriften tot ons zijn gekomen, werd in de eerste eeuwen onzer jaartelling aan het latere Latijnsche alphabet ontleend. ↑
° 1730 adorned with figures of snakes interlaced, a favourite and universal ornament among the Scandinavian nations. Thorpe. ↑
° 1731 toen nam het woord: neemt den na v. 1720 afgebroken draad van het verhaal weer op. ↑
° 1735 beter: dan ik. ↑
° 1740 Vgl. v. 961. ↑
° 1742 Tweede herinnering aan Heremod; tegenstelling tusschen hem en Beowulf. ↑
°1747 tot hij eenzaam scheidde: hij verliet, hetzij vrijwillig of gedwongen, zijne Denen.
Volgens Bugge beteekenen deze regels, dat hij stierf in de eenzaamheid en verlatenheid. ↑
°1753 hij deelde geene ringen: volgens de Germaansche opvatting een blijk van een slecht vorst.
Heremod is het afschrikkend voorbeeld van den dwingeland. ↑
° 1755–56 Bugge verklaart: na zijnen dood werd hij in de hel gestraft. ↑
° 1767 hij: God. ↑
° 1768 hij zelf: de man van hoogen huize, de koning. ↑
° 1776 de hoeder: het geweten. ↑
° 1778 de moorder: de bekoring. ↑