← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XXIII.

Lion Simons translation

° 1504 der vromen: in de oude beteekenis van dapper. ↑

° 1506 voor mij: in stede van mij. ↑

° 1516–18 Laat mij (nl. Beowulf) het zwaard hebben. Hunferd had immers Hrunting aan Beowulf geleend. Vgl. v. 1483. ↑

° 1521 Weder-Gooten: Weders, Gooten. ↑

° 1523 Vgl. v. 1392 vlg. ↑

° 1525–28 Grendels moeder werd gewaar, dat iemand in het meer was gedoken. ↑

° 1532 dat: zoodat. ↑

° 1525–40 Müllenhoff strijkt deze verzen, omdat niet gezegd wordt, hoe Beowulf uit de klauwen van het monster is losgekomen, hetgeen nochtans met het oog op v. 1547b vlg. moet verondersteld worden. Het valt nochtans te betwijfelen of het afwezig zijn van eene omstandigheid, welke men gemakkelijk uit den samenhang kan opmaken, tegen een grooter bezwaar nl. het wegcijferen van de heele plaats, kan opwegen. ↑

° 1544–45 De open haardstede, die, volgens Oud-Germaansche gewoonte, zich in het midden van het vertrek bevond. Ook hingen er, zooals het gebruik was, wapens aan den wand. Vgl. 1588. ↑

° 1547 slagzwaard: Hrunting. ↑

° de vreemde: Beowulf. ↑

° 1551 strijdstraal: zwaard. ↑

° 1560 ’t gebloemde zwaard: gedamasceerd. ↑

° 1573 de moegezwoegde: het monster. ↑

°1587 hij: Beowulf.

De kamp met het meerwijf is verwant met de IJslandsche Grettissaga en met de Noordsche sage van Ormr Storolfsson. Bugge. ↑

°1585–87 Inlassching.

God verleende aan Beowulf zijne hulp door dezes blik te doen vallen op het reuzenzwaard aan den wand, zooals volgt. Vgl. 1692 vlg. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings