← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XX.

Lion Simons translation

° 1273 een: Aschere. ↑

° 1278 een wreker: God. ↑

° 1277–79 Christelijke voorstelling. ↑

° 1281 de ijzing der kolk: de ijselijke kolk. ↑

° 1292 die: Beowulf. ↑

° 1283–99 Deze verzen, welke slechts zoutelooze herhalingen vermengd met christelijke denkbeelden behelzen, zijn uit te werpen. ↑

° 1301 het jammervolle pad: Grendels spoor, dat zich van het nikkermeer tot aan Heorot uitstrekte. ↑

° 1303 langs de woon: de bankvloer strekte zich langs de hoofdzijden der zaal uit. Vgl. v. 2847 Nota. ↑

° 1304 een omkeer: eene verandering ten kwade. ↑

°1306–8 Evenals de kracht der vrouw het niet kan halen bij die eens krijgsmans, zoo ook boezemde het verschijnen van Grendels moeder minder schrik in dan dat van haren zoon.

Deze bemerking kan men zoo voetstoots niet aannemen, immers het blijkt later, dat Beowulf ter nauwernood en alleen door Gods hulp Grendels moeder overwon. ↑

° 1312 Zij waren dus van het leger opgesprongen, om zich achter de in het midden der zaal geschoven banken te verschansen. ↑

° 1315 wien overviel de vrees nl. de Denen. ↑

° 1318 een ridder: Aschere. ↑

° 1325–26 Hij d. i. de vijand. De reuzin nam bij het uitgaan Grendels schouder mede, welken Beowulf tot zegeteeken voor de deur had neergelegd. ↑

° 1330 de boozen beiderzijds: immers Grendel en zijne moeder hadden hun slachtoffers geëischt. ↑

° de vorst: Hrodgar. ↑

° 1343 naar zijn heusche wenschen: naar Beowulfs wensch. ↑

Return to XX.
Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings