← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XIX.

Lion Simons translation

°1222 en koos zich ’t eeuwig heil: hij trad in een klooster; zooals in de Diederiksage van Heime verhaald wordt.

B. Symons toont aan, hoe deze plaats van ’t gedicht den sleutel geeft tot het verhaal van Jordanes, Historia Gothorum, c. 24, waar van Hermanaricus gezegd wordt, dat hij eene vrouw, Sunilda, door paarden liet vierendeelen, omdat haar echtgenoot zich bedrieglijk uit de voeten had gemaakt; zonder dat dezes naam noch misdrijf vermeld wordt.

Wij weten nu uit ons gedicht, dat Hama de echtgenoot was, en dat zijn misdrijf bestond in het rooven van Ermanariks schat. ↑

° 1223 des rings: Beowulfs halssieraad. ↑

° 1224 Swerting: Hygelacs grootvader. Higelac is de geschiedkundige Chochilaicus, koning der Denen. Zie Inleiding. ↑

° 1225 slagbuit: Dit bewijst, dat Hygelac een strooptocht ondernomen had, dat zeerooverij bij gevolg in zwang was. ↑

° 1226 hij sneuvelde. ↑

° 1231 in Frankenhand: Het gedicht komt nog driemaal op dezen tocht terug: XXXIII, XXXV, XL. ↑

° 1233 slechter kampvermeetlen: de Franken; de dichter heet ze zoo, omdat zij, naar zijne meening, als krijgslieden tegen de Gooten niet konden opwegen; want Hygelac met de zijnen moest alleen voor de overmacht bukken (Vgl. v. 3020.) ↑

° 1240 mijn zoon ook: Ettmüller maakt de opmerking, dat Wealchtheow den oudsten zoon Hredric op het oog heeft, die eens na Hrodgar zal regeeren. ↑

° 1251 blijft zoo handlen: blijft zoo verknocht, gehoorzaam en wilvaardig. ↑

° 1255 met menig edele: nochtans liet maar één ridder nl. Aschere er het leven. ↑

° 1258 een reuzig tal van ridders: het zijn Denen en geene Gooten. Vgl. 1303, 1322. Beowulf had vóór zijnen strijd met Grendel beloofd, dat zij den volgenden morgen weer bezit konden nemen van Heorot. Vgl. 614 vlg. ↑

° 1259 als vroeger: voor twaalf jaren. ↑

° 1260 den bankvloer ruimden ze op: door het wegbrengen der banken of tafels, om op de beschikbaar geworden ruimte stroozakken of kermisbedden te plaatsen. ↑

°1262 Wie die beór-scealc, schenker, is, blijft in het onzekere, daar er geene verdere melding van wordt gemaakt.

Probably some lines are wanting. Thorpe. ↑

°1267–71 Nihil autem neque publicae neque privatae rei nisi armati agunt. Tacitus Germ. 13.

Ad convivia procedunt armati ib. 22.

Het was insgelijks bij de Scandinavische volken regel, dat ieder man zijne wapens des nachts boven zijn bed had hangen. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings