Editorial note — XVII.
Lion Simons translation
° 1067 den man: Hondsció. Vgl. v. 2131. ↑
° 1071 Wyrd: noodlot, eigenlijk een der drie Nornen of schikgodinnen; doch wordt, evenals in den Heliand, gebezigd voor Gods Voorzienigheid. Christendom en heidendom worden weer in eenen adem genoemd. ↑
° 1069–76 Stichtelijk gerijm. ↑
° 1073–76 Het vertrouwen op God is de beste steun in al de omstandigheden dezes levens. worsteldagen: aardsche leven. ↑
° 1078 Hnäf: vorst der Half-Denen en veldheer van Healfdeen, koning der Denen. Daar Hrodgar, Healfdeens zoon, nu vijftig jaar het bewind voerde, was er ruim eene halve eeuw verloopen sinds de hier vermelde gebeurtenissen. ↑
° 1081 de zanger van Hrodgar: Hunferd. ↑
° 1082 Finnes zonen: de mannen van Finn, koning der Friezen. ↑
° 1083 overrompeling: van den kant der zich wrekende Denen. Vgl. 1161 vlg. ↑
° 1084 Half-Denen: Volgens Bugge waren dit geene eigenlijke Denen, ofschoon hunne bondgenooten; want Hnäf behoorde tot de Hokingen en Sigeferd, waarvan in het Finsburglied sprake is, tot de Secgas. De overige benamingen integendeel, als Noord-Oost-Zuid-Deen, zijn zoovele benamingen voor een en hetzelfde volk nl. de Denen. ↑
°1085 ’t Friezenveld: slagveld, waar veel Friezen gevallen waren, de Finsburg met omgeving. Vgl. 1094 vlg.
De kamp, waarin Hnäf verraderlijk viel onder de slagen van Finn en zijne Friezen, wordt ons in het Finsburgfragment geschilderd en gaat bijgevolg de hier verhaalde gebeurtenissen onmiddellijk vooraf. ↑
°Hildburg, bloedverwante, misschien de zuster van Hnäf, en Finns gemalin. In Widsidh heet Hnäf de vorst der Hokingen; daar nu Hildeburg Hokes dochter is (Vgl. v. 1090), zoo was het vermoedelijk eene oude veete, die door het huwelijk van Finn en Hildeburg was bijgelegd, doch die nu weer losbreekt door den verraderlijken overval in Finsburg.
Dit verklaart dan Eotentrouw. Ettmüller. ↑
° 1086 Eotentrouw: Friezentrouw. ↑
° lieve loten en broeders: hare zonen en broeders, welke zich onder de gesneuvelde Half-Denen bevonden. ↑
° 1090 toen de morgen daagde: De Half-Denen werden ’s nachts in Finsburg overvallen. ↑
° 1095 dingplaats: de vergaderplaats, waar beide partijen tot onderhandeling of, desnoods, tot een nieuw gevecht tegenover elkander stonden. ↑
° 1096 Hengest: Hnäfs opvolger als bevelhebber der Half-Denen. ↑
° 1098 veldheer van den koning: Hengest, veldheer van Healfdeen. ↑
° 1099 Zij: de Friezen. ↑
° 1106 als wilde enz. Finn onthaalde de Denen of Half-Denen, alsof het zijne eigen Friezen waren. ↑
° 1110 de resten van de ramp: de overblijvende Deensche strijders. ↑
° 1111 volgens ’t oordeel van de raden: in geval van oneenigheid zouden de raadslieden uitspraak doen. ↑
° 1112 hunner: Denen. ↑
°1114–15 Ofschoon de Denen Finn moesten gehoorzamen, den dooder van Hnäf.
Finn vertegenwoordigt zijn volk, immers wij weten niet, of hij zelf de dooder was.