← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XVI.

Lion Simons translation

° 1008 de weefsels: Het was de gewoonte bij feestelijke gelegenheden de wanden met kostbare stoffen te bedekken, waarop dikwijls kunstvolle onderwerpen waren voorgesteld. ↑

° 1016 dit: de dood. Het onderwerp moet uit de beteekenis van den vorigen zin worden opgemaakt. ↑

° 1017–20 de noodwendig voor iedereen bereide doodstede. ↑

°1016–22 Iedereen moet sterven, dit kan zelfs dan gebeuren, wanneer men zich het minste er op verwacht b. v. als men is ingedommeld na het feestmaal.

Deze gebrekkige verzen zijn blijkbaar een inlapsel. ↑

°1022 de dagstond: Daar er, ten minste in het Noorden, twee hoofdmaaltijden plaats grepen, een om 9 uur ’s morgens en een ’s avonds na volbrachte dagtaak, moeten wij 9 uur aannemen.

Immers het was nog morgen (931–35) en later wordt gezegd, dat zij den ganschen dag tafelden (2171).

Ook kan de tocht naar het meer, die vooraf had plaats gehad, geen bezwaar opleveren, want de afstand was niet groot (1387) en zij lieten somtijds hunne paarden draven (876).

Het feestmaal duurde tot ’s avonds. Vgl. 1256, 2171. ↑

° 1030 Hrodulf: Hrodgars neef en mederegent. ↑

° 1032 Een strijd tusschen Hrodgar en Hrodulf wordt in het verschiet gesteld, strijd waarover het gedicht het zwijgen bewaart. Zie ook v. 1182. De dichter zinspeelt hier, evenals vroeger bij de verhouding tusschen Hrodgar en Ingeld (v. 83), op de dichterlijke overlevering van zijnen tijd. ↑

° 1038 den vorst: Beowulf. ↑

° 1049 Van deze acht paarden schenkt Beowulf er later vier aan Hygelac en drie aan Hygd. Vgl. 2220, 2232. ↑

°1057 der Denen: der Ingwinen, in den tekst.

Deze naam herinnert ons aan de Ingaevones van Tacitus. De volkeren langs de Noordzee vereerden den god Ing d. i. Freyr. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings