← Table of contents
Beówulf

Editorial note — XIV.

Lion Simons translation

° 851 volgens mijn ervaren: De dichter doet een beroep op de dichterlijke overlevering van zijnen tijd. Deze getuigenis keert bij herhaling terug. ↑

°854 voetspoor: Zij begaven zich naar het meer.

Beowulf was er niet bij; immers later zegt hem Hrodgar:

«Nog kent gij niet de plek» en hij beschrijft hem dan het geheimzinnige meer. Vgl. v. 1387 vlg. ↑

° 865 Ingelascht vers. ↑

° 871 tusschen tweelingzeeën: tusschen Noord- en Oostzee. ↑

°876a Hrodgar krijgt meer dan eens zoo’n pluimpje, ofschoon het gedicht een eerbiedig zwijgen bewaart over zijne wapenfeiten. De grijsaard komt mij al te jammerend voor.

Ik denk hier onwillekeurig aan Tacitus Germ. 14. «sua... fortia facta gloriae eius (principis) adsignare praecipuum sacramentum est.» ↑

° 881 Het ideaal van zulk een dichter wordt ons in Widsidh voorgesteld. ↑

° 886 elk liet nu weten: De overgang van Beowulf, den dooder van Grendel, op Sigmund, den dooder van Fafnir, ligt voor de hand. ↑

° 889 des Walsings: Sigmund, zoon van Wals. ↑

° 892 Fitela: Sinfjötli in de Edda, de oudste zoon en neef van Sigmund, die zijnen vader op de zwerftochten ter zijde stond. ↑

° 896 der reuzen: Nevelingen. ↑

°900 vuurdraak: Fafnir; de schat, waarvan sprake, is de schat der Nevelingen.

Het Angelsaksisch gedicht verwart hier den vader met den zoon: Niet Sigmund, maar zijn zoon Sigfried, de held van de Wolsungensage in de Edda en van het Duitsche Nibelungenlied, doodde den draak en verwierf daardoor den schat der Nibelungen. ↑

°917 bij ’t reuzendom: de Nibelungen, welke oorspronkelijk de daemonische, duistere machten zijn, die het eerste den schat bezaten. In den tekst staat niet Sigmund maar hij.

De volgende zin ziet op het verdriet van Sigmund in zijne gevangenschap. ↑

° 912–16 Sigmund was de vermaardste held geweest na Heremod. ↑

°920 tot levenskommer: door te sterven. Het ongelukkig uiteinde van Sigmund in het geweld der Nibelungen was voor zijne lieden een levenslange kommer.

Volgens Bugge is hier sprake van Heremod, die bij de reuzen verraderlijk gedood werd en in ’s vijands handen, d. i. de macht des duivels, geraakte. Ook volgens Müllenhoff slaat v. 918–920 op Heremod. ↑

° 922 ’t vertrek des koenen: van Heremod. ↑

°921–27 Evenals Sigmunds tochtgenooten zijne verdwijning betreurden in de macht der Nibelungen, zoo ook betreurden de Denen, dat de even dappere Heremod, die hetzij vrijwillig, hetzij gedwongen vertrokken was, door zijne wreedheid de van hem gekoesterde verwachtingen bedrogen had.

Het lot van Heremod wordt met dat van Sigmund vergeleken. Er zijn twee punten van aanraking: hunne heldenkracht en hun ongelukkig uiteinde. ↑

° 927 De bloedvriend Hygelacs: Beowulf. ↑

°929 aan gene: aan Heremod. Wij hebben hier eene tegenstelling tusschen het gedrag van Beowulf en dat van Heremod.

Deze verzen dienen tevens tot aanknooping van de Sigmund—Heremodepisode met den held van het gedicht.

Later wordt nog op twee plaatsen van Heremod melding gemaakt: 1742 vlg. en 2236 vlg.

De sage van Heremod heeft, volgens Bugge, veel overeenkomst met de Noordsche sage van Ali frokni (de koene). ↑

° 932 morgenlicht: morgenzon. ↑

° 934 het wonderfeit: de arm van Grendel. ↑

° 938 langs den medeweg: langs den weg naar Heorot, de drinkhalle. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings