Editorial note — XII.
Lion Simons translation
° 730 goudwoon: zoo geheeten, omdat er de koning goud uitdeelde. ↑
° 740 der halle monding: de deur. ↑
° 750–51 Hier wordt, als zoo dikwerf in ’t gedicht, de ontknooping in het verschiet gesteld. ↑
° 755–58 De Goot, die hier zoo ongelukkig aan zijn einde komt, is Hondsció, zooals blijkt uit het mondelingsch verslag van zijnen tocht, dat Beowulf later aan Hygelac doet. Vgl. v. 2131. ↑
° 760 met hand en voeten: met huid en haar. ↑
° 762, 763 strijdheld, de vijand: Beowulf. ↑
° 764 en stutte; Beowulf stutte zich met den arm op de bovenste trede der bankvloer. Vgl. v. 2847 Nota. ↑
° 771 der duivels drijven: de overige monsters. Vgl. v. 1538. ↑
° 770–73 Overtollige uitbreiding. ↑
° 772–73 Hij vond hier niet meer de gelegenheid om, zooals vroeger, een bloedbad aan te richten. ↑
° 781–82 Beowulfs vuist hield Grendels hand in bedwang. ↑
° 785 Immers de Denen sliepen niet meer in Heorot, maar in den burcht. Vgl. v. 142 vlg. ↑
° 786 doodsontzetting: ealu-scerwen, eigenlijk bierschrik, eene epische, destijds misschien reeds verduisterde uitdrukking, oorspronkelijk eene plotselinge verdwijning van het bier beteekenende. ↑
° 793 menig meebank: die in ’t midden van de zaal verplaatst waren. Vgl. v. 1260. ↑
° 800 Tweede toespeling op eenen toekomstigen brand. Vgl. v. 83. ↑