Editorial note — I.
Lion Simons translation
° 4 Scheving: zoon van Scēf of Sceáf, welke naam Schoof beteekent. Vgl. v. 47 Nota. ↑
° 5 medezetels: de banken, waarop de krijgers bij de gastmalen hunner vorsten zaten, en waar bier en mede geschonken werd. Werd de eene vorst door den anderen overwonnen, zoo hielden de drinkgelagen op. Ettmüller. ↑
° 15 Hij: de Hemel. Deze verzen doelen op de oorlogen, welke het tijdperk van regeeringloosheid, dat de aankomst van Schyld zou zijn voorafgegaan, moesten kenmerken. ↑
° 18 hem: Beowulf, zoon van Schyld. ↑
° 14b–18 zijn blijkbaar een toevoegsel van christelijke hand. ↑
° 19 Deze Beowulf, de Deen, waarin de uitgevers den mythischen held Beáv of Beóv zien, is niet te verwarren met Beowulf, den Goot, den held van het gedicht. ↑
° 20 de Schedelanden: het Denenrijk. ↑
° 24 in d’ouderdom: als hij op zijne beurt koning is geworden. ↑
° 28b Ingeschoven. ↑
° 31 Schildings: Denen. ↑
° 42 op den schoot: van het schip. Vgl. v. 36. ↑
°47 De sage van deze wonderbare aanlanding in het oude Anglië wordt ook vermeld door de Engelsche kroniekschrijvers, doch niet aan Scyld, maar aan Sceáf, zijnen vader, toegeschreven. Kemble deelt, onder meer, den volgenden tekst van Willem van Malmesbury mede:
Iste (Sceaf), ut fertur, in quandam insulam Germaniae Scandzam, de qua Jordanes, historiographus Gothorum, loquitur, appulsus navi sine remige puerulus, posito ad caput frumenti manipulo, ideoque Sceáf (Ned. schoof) nuncupatus, ab hominibus regionis illius pro miraculo exceptus et sedulo nutritus, adulta aetate regnavit in oppido, quod tunc Slasvic, nunc vero Haitheby appellalur: est autem regio illa Anglia vetus dicta, unde Angli venerunt in Britanniam, inter Saxones et Gothos constituta.
Voor meer aanhalingen verwijs ik naar Ettmüllers inleiding.
Volgens Nathanaël Muller moet Sceáf de Germaansche Ulysses geweest zijn, waarvan Tacitus gewaagt: Caeterum et Ulixem quidam opinantur longo illo et fabuloso errore in hunc oceanum delatum adisse Germaniae terras... Germ. Cap. 3.
De aankomst van den Zwaanridder in het geheimzinnige bootje komt met de sage van Sceaf overeen. ↑
° 48 Een gouden banier of schild boven aan den mast was het teeken van de aanwezigheid eens konings. Ettmüller. ↑
° 53 beneên de wolken: op aarde. ↑