Note 1 — TWEEDE HOOFDSTUK.
Reading edition
De strandvonder van beroep loopt barvoets zijn koraaleiland af om de argelooze inboorlingen hun copra1, kokos-olie en parelmoerschelpen af te troggelen; zijn voedsel bestaat hoofdzakelijk uit schildpad, schildpadden-eieren en visch, zijn drank is rum of kokosmelk—de laatste alleen wanneer de eerste ontbreekt. Heeft er een schipbreuk plaats dan wordt hij een machtig potentaat in pyjamas en zwelgt met zijn smerige vrouwen, schitterend uitgedost, in overvloed. Een slag op zijn harden kop met den knuppel van een naijverigen inboorling is het gewone einde van den typischen strandjutter.