← Table of contents
Bekentenissen van een strandvonder

Note 3 — EERSTE HOOFDSTUK.

Reading edition

Van schepen, die aan de oostzijde van het eiland voorbij varen, kan men een forsche witte streep waarnemen op een groote rots. De gangbare meening onder de negers nu was, dat de fresco’s zich bevonden op een rotsblok onder den steilen top die door den witten band werd aangewezen. Deze meening bleek juist te zijn; op een ontdekkingstocht, dien ik van de landzijde uit ondernam, vond ik ze eindelijk, na moeitevol geklouter over rotsen en door schemerende ravijnen vol varens en orchideeën of door nauwe, donkere spleten, op een groot granietblok een klein eindje onder den bewusten top aan de zeezijde. Bij de uitvoering moet de kunstenaar op zijn rug hebben gelegen, want de schilderingen bevinden zich op de vlakke zoldering en de grot is, behalve bij den breeden ingang, niet hoog genoeg om er zelfs maar in te kunnen zitten. De oploopende grond is bedekt met een dik, bruin poeder vol kuiltjes van mierenleeuwen (Myrmelion)3; een koele, droge plek, die zelfs de plasregens van ontelbare natte seizoenen niet vochtig konden maken. Men voelt dat men er het stof der eeuwen opwoelt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings