Note 2 — EERSTE HOOFDSTUK.
Reading edition
De schildvisch (Echeniis remora en Echeniis naucrates), door de negers „Cum-mai” genoemd, is gekenmerkt door een schild of schijf, die van de punt der bovenkaak tot achter de schouders doorloopt en naar men zegt een wijziging is van de rugvin. Deze schijf bestaat uit een middennerf en een aantal overdwarse, vlakke vinnen, die opgezet kunnen worden; zij heeft een doorloopenden, vliesachtigen zoom. Drukt de visch dezen zoom tegen een gladde oppervlakte en zet hij dan de vinnen op, zoo ontstaat er een luchtledig, waardoor hij met groote kracht wordt vastgezogen2. Deze eigenschap nu wordt door de Australiërs praktisch uitgebuit. Men kan niet zeggen dat zij het dier temmen, maar toch gebruiken zij het als een valk of een havik, met dat verschil, dat aan den schildvisch een touw wordt bevestigd eer men hem loslaat.