Note 2 — DERDE HOOFDSTUK.
Reading edition
Aan de manucodia2 wordt het vermogen toegeschreven in te kunnen grijpen in de natuurwetten. Deze aardige vogel, met zijn zwartglanzende veeren, komt in September en voegt dan bij de geluiden der wildernis zijn eigen rijken toon, die veel gelijkt op het herhaalde roepen van den naam dien de negers hem geven: „Calloo-calloo”. Zijn komst wordt steeds met vreugde begroet, want men gelooft algemeen dat hij de Eupomatia—bron van een zeer gewaardeerd voedsel—noopt harder te gaan groeien. Dit geloof vindt zijn oorsprong in het feit, dat inderdaad kort nadat het eerste fluiten van den vogel wordt gehoord deze boom begint te bloeien.