← Table of contents
Baboe Dalima

Note 5 — VI. Een echtpaar.

Reading edition

Kaligaweh was geen groote dèsa. Een dertigtal hutten in de meest schilderachtige wanorde in het vruchtboomenbosch verspreid, vormden de eigenlijke kom der gemeente. De bewoners hielden zich voornamelijk bezig met den rijstbouw, waartoe zich de dèsa-gronden uitstekend leenden, en vruchtbare „sawah’s” (rijstvelden) amphitheatersgewijs langs die heuvelhellingen vormden. In het lagere gedeelte dier gronden, werden „tambakhs” (vischvijvers) aangetroffen, die „bandeng’s,” „djampal’s”, „batak’s” „gaboes”5 en meer anderen vischsoorten opleverden, die door de Europeanen en Chineezen te Santjoemeh zeer gewild waren, en derhalve goede prijzen opbrachten. De bewoners van Kaligaweh zouden dan ook welvarend genoemd kunnen zijn, richtte een hartstocht hare verwoestingen niet onder hen aan. Die hartstocht was de opium, en die hartstocht ondermijnde niet alleen aller welvaart, maar ook de gestellen van hen, die zich aan het gebruik van het verderfelijke heulsap hadden overgegeven. Helaas, het moest erkend worden, dat zeer weinig inwoners daaraan niet verslaafd waren. En toch velen herinnerden zich zeer goed, dat vroeger van de geheele dèsa geen enkele bewoner opium gebruikte. Hoe geheel anders was het thans!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings