← Table of contents
Baboe Dalima

Note 7 — VI. Een echtpaar.

Reading edition

Of de Nederlandsche hoofdambtenaar dat: „O! sama djoega, Kandjeng toean”7 van den Chinees begreep? Toen hij zich alleen in de pandoppo bevond, opende hij den sigarenkoker met hebzuchtigen blik, en schudde haar op tafel leeg. Zijn gelaat straalde als het ware een waas van verrukking uit. Iedere havanah was toch in een bankbiljet van duizend gulden gewikkeld, echter zoo, dat de punteinden der sigaren onbekleed waren gebleven, en dus bij het openen van den sigarenkoker van het bankpapier niets te ontwaren was. Hij tastte in de theedoos, en stiet ook daarin met de vingers op van die voor het gevoel zoo zachte papiertjes. Hij wilde ze er uithalen; maar zich plotseling bezinnende, borg hij de kostbare sigaren weer op, greep koker en doos en stoof naar zijn kantoor, waar hij den bekenden brief over de regeling der volgorde van de gedingen aan den voorzitter van den landraad van Santjoemeh schreef. Toen hij daarmeê klaar was, hoorde hij zijne ega in de binnengalerij, die juist van ’Mbok Karjå, afscheid nam.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings