Note 2 — VI. Een echtpaar.
Reading edition
„Ik meen van ja. Bij die zaak ontbreken de bewijzen; ja, ik ben overtuigd, dat die Javaan valschelijk beschuldigd wordt. Nu rekt men de preventieve gevangenis zoodanig, dat wanneer eene vrijstelling volgt, de administratief gezaghebbende met zelfvoldoening kan uitroepen: „hij heeft in allen gevalle voor mijn pleizier zoo vele maanden gezeten.””2