← Table of contents
Baboe Dalima

Note 3 — XLII. Naar en in de Goewah Temon.—Besluit.

Reading edition

Daar beneden zich zag hij het meisje langs de lange ladder3 behoedzaam naar beneden dalen. Van rottankabels vervaardigd, wiegelde die ladder onder den last, dien zij droeg. Haar uiteinde raakte de zee, en werd door de verbolgen branding heen en weer geslingerd. Kwam de baar aanstuiven, dan werd dat uiteinde meegesleept, de grot in, waarin het water met donderend geweld drong: liep zij terug, dan volgde dat uiteinde de beweging, die de kracht eener cataract had, met zooveel onstuimigheid spoot dan als het ware het water naar buiten. Bij dat slingeren smakte Anna herhaalde malen tegen den rotswand, of hing zij op aanmerkelijken afstand van dien muur boven de zee, die onder haar woelde, kookte, zich in fijn verdeeld waterstof sloeg, en naar het meisje opspatte als naar eene wisse prooi.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings