← Table of contents
Baboe Dalima

Note 6 — XLII. Naar en in de Goewah Temon.—Besluit.

Reading edition

En nu, om ten slotte te eindigen met de persoon, welker naam tot titel van dit boek strekt, zij den lezer medegedeeld, dat baboe Dalima weinige maanden, nadat de beide geliefden elkander in een der grotten van het Karang Bollongsche gebergte weêrgevonden hadden, een dood kind had ter wereld gebracht. Dat had haar uitermate bedroefd; want in weerwil van de misdaad, waarvan zij het slachtoffer geweest was, had zij een gevoel van moederweelde in zich voelen ontkiemen en grooter worden, naarmate het wezen, dat zij binnen hare lendenen omsloten droeg, zich ontwikkelde. O, zij zou dat kindje zoo teeder bemind hebben, zij zou het zoo verzorgd, zoo geliefkoosd hebben, als wel geen ander moeder het beter vermocht. Zij had reeds een wiegje voor het wicht klaar, geene wieg, zooals wij Westerlingen die kennen, neen, een eenvoudig mandje van bamboelatjes, maar door haar zelve gevlochten, doch van binnen zoo weelderig, zoo mollig van kussens voorzien, en door een harer sarongs omgeven om des nachts de muskieten en over dag de te felle lichtstralen af te wenden, dat het als het ware een nestje zou vormen, dat opgehangen met een paar stevige touwen aan de sparren van de voorgalerij van het vertrekje, hetwelk zij bewonen zou, heen en weer wiegelen zou; terwijl zij, overgelukkig in hare moedervreugde, zacht op de gambang6 zoude tokkelen, om het dierbaar wezentje door de heerlijke tonen te verrukken. En dat alles was nu weg! Hare vrucht was niet bestand geweest tegen de vermoeienissen, welke zij zich zelve opgelegd had, tegen de aandoeningen, die haar bij den tocht naar de Goewah Temon, waar hare Nana zoo in levensgevaar verkeerd had, bestormd hadden. Ja, zij was uiterst bedroefd geweest; maar … de tijd verzacht de grootste smarten. Daarenboven zij was nu bij Nana, zij zou tot haren laatsten snik bij haar blijven. Zij was met haar naar Batavia gereisd. Zij zou de baboe zijn van de kleine Van Nerekooltjes, die de huwelijksweelde van het jonge paar zouden komen verrijken en, voor ieder, die met de innige genegenheid bekend is, waarmede de Javanen zich in den huishoudelijken omgang aan de blanken hechten, wanneer zij door dezen goed behandeld worden, zal het duidelijk zijn, dat zij dat voornemen stipt getrouw zou blijven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings