Note 7 — XLI. De ketjoe’s te Soeka maniesan.—Eene ontzettende terechtstelling.
Reading edition
„.… maar die duurt te lang,” vervolgde Ardjan onverstoorbaar kalm. „Wij zouden, voor dat gijlieden dood waart, overvallen kunnen worden, en dat zou jammer zijn. Neen, daarvan ben ik afgestapt. Gij zult de „hoekoem Kamadoog”7 ondergaan. Lim Ho, die hebt gij op mij laten toepassen; toen ik niets misdaan had, en de Kandjeng toean vond goed, die misdaad ongestraft te laten. Gijlieden zult niet kunnen zeggen, dat ik wreeder ben dan gij waart.”