← Table of contents
Baboe Dalima

Note 1 — IV. De draden verwikkelen.

Reading edition

Behalve het gebruiken van zeemanstermen had de man nog een zwak, namelijk steeds den pajoeng, dat emblema van gezag in het Oosten, in zijne nabijheid te willen hebben. In de voorgalerij stonden steeds een viertal van die zonneschermen in eene stelling naast den stoel, waarop de resident placht te zitten. In het kantoor stond er een vlak naast den schrijflessenaar van den hoofdambtenaar. In de residentelijke slaapkamer stond een ander recht zichtbaar naast het hoofdeneind van de echtelijke bedkoets. Er mochten eens dieven des nachts komen, die zouden vol ontzag voor het prestige van den pajoeng terugdeinzen! De heerschzuchtige Laurentia was voor die machtspreuk gezwicht en had het teeken des gezags van haren echtgenoot in haren troonzaal geduld. Maar zij had er met hand en tand aan vastgehouden, dat geen pajoeng in de pandoppo, waar zij als huisvrouw uitsluitend de macht in handen wilde hebben, verscheen. Wilde de resident eene wandeling maken, dan klonk het onveranderlijk: „Oppas!.… Pajoeng!” en dan volgden de zonnescherm, met den sigarenkoker en de „tali api”1 (brandende lont) gedwee achter aan. Soms droeg de oppasser ook, wanneer de hooge wandelaar zijn voorhoofd door het frissche windje wilde laten afkoelen, de residentspet met breeden galon, eerbiedig in de hand, zooals een roomsch priester het sacrament zou gedragen hebben.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings