Note 3 — XXXIX. Murowsky op het spoor.—Een opiumverpachting te Santjoemeh.
Reading edition
Toen de groote dag daar was, wapperde al heel vroeg aan den top van den vlaggestok, die zich voor het residentiehuis verhief, een groote nieuwe driekleedsvlag,3 de fraaiste, die in het residentiehuis te vinden was geweest, en ontwikkelde hare plooien en golvingen bevallig in de morgenbries. De oppassers, die heden allen present waren en zeker een korps van een twintigtal uitmaakten, waren, in nieuwe pakjes gestoken en hadden hunne bandeliers met het fraaiste geel aangestreken en met gomwater glimmend gepoetst. Ook de pradjoerits, die de wacht betrokken, waren in groot tenue gekleed en was aan de houding en den ernst der twee schildwachten, die voor het perron der voorgalerij op en neer drentelden, onmiskenbaar te bespeuren, dat zij zich van den gewichtigen dag, dien zij beleefden, bewust waren.