Note 1 — XXXIX. Murowsky op het spoor.—Een opiumverpachting te Santjoemeh.
Reading edition
„Twee dagen voor dat mijn verlof om was, en dat ik dus weer in mijn garnizoen te Gombong terug moest zijn, was ik des morgens, voor het aanbreken van den dageraad van de dèsa Ajo, waar ik overnacht had, op weg gegaan, om de westelijke hellingen van den Goenoeng Poleng te exploreeren, waar ik hoopte een goeden oogst te maken, in welke hoop ik niet bedrogen ben geworden. Want, vrienden, ik ben op dien tocht een prachtigen en ongeschonden Arjuna machtig geworden, eene groote beeldschoone kapel met groengouden vleugels, puntig uitloopende en met een breeden rand, fluweelachtig zwart omboord. Eene zeldzaamheid! O, ik was in een gelukkig tijdperk! Daags te voren had ik van een dèsaman van Ajo een Cybium Diadema of Grooten Kroontepelbak voor een kleinigheid gekocht, dien hij verzekerde op het strand in een der kleine kreken langs de Zuidkust van het eiland Noesa Kambangan1 gevonden te hebben. Het is eene prachtige bruine met wit gevlekte schelp, in den vorm eener ineengedrongene evoluta.…