← Table of contents
Baboe Dalima

Note 11 — XXXVIII. De ambtenaren en de opium.—De vogelnestpluk te Karang Bollong.

Reading edition

„Ik laat buiten bespreking al de bijgeloovige fratsen, die het gouvernement niet alleen toelaat, maar betaalt, ter zake van die vogelnest-inzameling; alsook de afgodische eeredienst aan Njahi Ratoe Segårå Kidoel11 gebracht, alvorens de pluk begint, en uit dezelfde staatskas bekostigd. Maar ik wijs op de opium, die te baat genomen wordt, en waarvan wij de werking, bij eenigszins aanzienlijke hoeveelheid gebruikt, hebben kunnen gadeslaan. Welnu, bij alles wat die pluk betreft, of daarmede in eenig verband staat, wordt opium verstrekt. Moeten de wajang- en toppengspelers gehaald worden, dan worden vijf „bekels” (kleine hoofden) en vier „sekeps” (gewone dèsalieden) daarvoor afgezonden, en ontvangen de eersten daarvoor ieder 1 en de laatsten ieder ½ „kedawang”12 amfioen. Voor het schoonmaken van de Goewah Bollong worden loerahs en sekeps benoemd, die respectievelijk daarvoor 2 en 1 kedawang amfioen ontvangen. De wajang- en toppengspelers ontvangen bij hunne komst ieder 16 kedawangs en 4 voor „sadjen” of offerande, en bij hun heengaan nog ieder 16 kedawangs amfioen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings