← Table of contents
Baboe Dalima

Note 4 — XXXVIII. De ambtenaren en de opium.—De vogelnestpluk te Karang Bollong.

Reading edition

„Het Karang Bollongsche gebergte is, zooals gij wel weten zult, een uitlooper van den Goenoeng Djampong4, die een verbindingsrug daarstelt tusschen het Midanganggebergte en den Goenoeng Batoer met zijne voortzettingen.5 De hoofdmassa van het Karang Bollonggebergte bestaat uit uitgestrekte kalkbanken, die eene hoogvlakte vormen, Goenoeng Poleng genoemd, en aan de zeezijde door een breeden band van trachietrotsen omgeven zijn, die loodrecht uit den Indischen Oceaan opstijgen. In dien rotsmuur heeft de wereldzee met hare machtige deininggolven, die ongehinderd van de Zuidpool aanrollen, om tegen Java’s Zuidkust te breken, talrijke holen uitgespoeld, waarvan sommigen zeer diep onder den grond uitloopen.6 In het binnenste gedeelte van die holen bouwen een soort van zwaluwen, door de Inlanders „manoek lawet” en door de zoölogen „hirundo esculenta” geheeten …”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings