Note 8 — XXXVI. Lim Ho’s huwelijk.
Reading edition
Inmiddels was een troep Chineesche meisjes, met fraai besneden gelaat en zedig in haar schilderachtige kleeding van gele zijde, met rose sjerpen om de slanke middels, te voorschijn getreden, om de bruid te verwelkomen, en haar een krans van perzikbloesems en eenige snuisterijen, o. a. een haan, van perzikhout gesneden, aan te bieden.8 Lim Ho was ook vooruitgetreden, om de lieve Ngow Ming Nio de hand te reiken en haar naar eene welvoorziene tafel te geleiden. Op die tafel waren, behalve een menigte spijzen, waaronder haaienvinnen, soep van hertenpezen en vogelnestjes, „kiemlo” en „bahmieh”9 niet ontbraken, een menigte „tsoe” (granaatappels) aanwezig, zoodanig opengesneden, dat de geheele kern met de menigvuldige zaadpitten blootlagen, als zinnebeeld van het groot aantal kinderen, dat men het jonge paar toewenschte. Daar naast lagen een groot aantal „kaam” (oranjeappels) opgestapeld, als zinnebeeld van de zoetheid des levens, die de jonge lieden eeuwig mochten smaken; alsook eenige klompen aan elkander gegroeide „ô-á” (oesters), als zinnebeeld van de splitsing en toch onverbreekbare eensgezindheid van de familie; en eindelijk eenige stekken van „koaka” (suikerriet), als zinnebeeld van het huwelijksleven, dat even als het riet, van knoop tot knoop, van geleding tot geleding, in zoetheid toeneemt.