Note 2 — XXXIV. Eene landraadzitting.—Van Beneden’s pleidooi.
Reading edition
„„Toen de Chineesche bandoelan, van een paar oppassers vergezeld, zich aan de hut van Setrosmito aanmeldde, om huiszoeking te doen, werd hem dat gereedelijk toegestaan, nadat die drie zich aan de gewone visitatie hadden onderworpen.2 Toen werd niets gevonden, ook niet onder het pandan-matje van de baleh-baleh. Dat hebben mij de twee politieoppassers en de dèsalieden Sidin en Sariman, die bij de huiszoeking tegenwoordig waren, onder aanbod van eede verklaard. De laatsten betuigden zelfs, dat bedoeld pandan-matje tweemalen opgetild was geworden, en dat de Chinees het hoofdkussen, hetwelk daarop lag, nauwkeurig doorzocht had.”