Note 3 — XXXIII. In de regents-pandoppo.
Reading edition
„Ja, ik weet wat gij zeggen wilt, mijnheer Thomasz,” viel Laurentia hem in de rede. „Vooral nu een Europeaan voor zoo’n Javaanschen ellendeling zal gaan pleiten3. Het is ongehoord! Maar, wie betaalt dien advocaat, mijnheer Thomasz?”