← Table of contents
Baboe Dalima

Note 4 — XXXII. Eene wetenschappelijke opiumkit.

Reading edition

O, het is nog heerlijker dan.… Het restant van den volzin is te vinden op den 20sten regel van bladz. 246 van deel XXXV van het Natuurkundig Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië. De openhartigheid, die daar door den geleerden Russischen Schrijver betracht wordt, mag ik mij als romanschrijver niet veroorloven. Ik vind hier aanleiding om mede te deelen, dat ik in hoofdzaak de proefneming door den heer Von Miclucho Maclay gevolgd heb. Ik heb haar echter verrijkt met ettelijke waarnemingen, die ik gelegenheid had te doen, alsook met die, welke mij door zeer geloofwaardige mannen medegedeeld werden. Ik heb het manuscript eener beschrijving van zoo eene proefneming voor mij liggen, die in afschuwelijkheid alles te boven gaat, wat te bedenken is.

Intusschen dien ik hier bij te voegen, dat niet dikwijls dergelijke hoeveelheden opium, als bij die proef verbruikt werden, in eens geschoven worden; hoewel te constateeren valt, dat er zijn, die veel meer gebruiken. Oppenheim geeft aan, dat de meeste schuivers met een grein beginnen, dus met iets minder dan twee mata’s, en het al heel spoedig brengen tot drie drachma’s, dus tien mata’s. Verscheidene Javaansche hoofden hebben mij bekend, dat er schuivers waren, die voor vijf gulden in eene keer gebruikten. De gemiddelde prijs der mata is 14 cent, dat zou dus ruim 35 mata’s zijn. Von Miclucho Maclay had bij zijn proef 107 grein of 18,4 mata’s gebruikt. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings